Samen digitaal verder
Beste ASCC leden,
Gezellige kerstdagen!
Druk Druk Druk voor de feestdagen? Dan ontspannen en gezellig deze nieuwsbrief lezen! Weer supervol met de laatste nieuwtjes.
Veel leesplezier!
Met vriendelijke groet
De Redactie

Is een WiFi versterker wat voor mij?
Veel mensen hebben thuis last van een zwak wifi-signaal. Soms werkt internet in de woonkamer prima, maar hapert het op zolder, in de tuin of in een achterkamer. Daar kan een wifi-versterker of een zogenoemd mesh-systeem uitkomst bieden.

Vroeger en nu, in het kort.
Als we kijken naar computers van vroeger en nu, dan is het alsof we twee compleet verschillende werelden vergelijken. De vooruitgang in snelheid en mogelijkheden is zó groot, dat veel mensen nauwelijks kunnen geloven hoe langzaam en beperkt de eerste computers waren. Daarom is het leuk én nuttig om eens terug te kijken: hoe begon het allemaal, en hoe ver zijn we nu?

Facebook luistert mee! (maar niet heus..)
Iedereen kent dat gevoel: je zit gezellig te praten over een winterjas, je kijkt op Facebook... en hopla! daar staat precies die jas. Dan weet je het zeker: Zuckerberg zit in je broodtrommel. Maar wacht even. Voordat we massaal onze telefoons in de magnetron schuiven: hoe zit het nou écht?

Printer kiezen
Als u moet kiezen tussen een laserprinter en een inkjetprinter, is het belangrijk om te kijken naar wat u zelf het meest gebruikt. Beide soorten printers kunnen goed printen en scannen, maar ze hebben verschillende sterke punten.
Is een WiFi versterker wat voor mij?
Wat doet een wifi-versterker?
Een wifi-versterker, ook wel “wifi-repeater” genoemd, pakt het bestaande draadloze signaal van je modem of router op en stuurt dat versterkt door. Je plaatst het apparaatje halverwege tussen je router en de plek waar je slecht bereik hebt. Het principe is simpel: de versterker zorgt dat de signalen verder komen, zodat je ook in moeilijk bereikbare hoeken van het huis internet hebt.
Hoe gebruik je zo’n versterker?
- Kies een stopcontact op een plek waar je nog redelijk wifi hebt, meestal in de buurt van de
grens tussen goed en slecht bereik. - Steek de versterker in het stopcontact.
- Verbind hem met je wifi-netwerk. Dit gaat vaak via een app of een WPS-knop op de router.
- Na de installatie verschijnt meestal een extra wifi-netwerk (bijvoorbeeld “Thuisnetwerk_EXT”). Je kunt daar gewoon mee verbinden zoals met je gewone wifi.
Wat is mesh dan precies?
Een mesh-netwerk is een modernere en slimmere oplossing dan een losse versterker. In plaats van één router en losse repeaters, plaats je meerdere “nodes” (kastjes) in huis. Al deze kastjes vormen samen één groot wifi-netwerk. Je apparaten schakelen automatisch over naar het sterkste signaal, zonder dat je zelf steeds hoeft te wisselen van
netwerk. Mesh is vooral handig in grotere woningen of huizen met dikke muren.
Wanneer kies je wat?
- Bij een Ziggo internet abonnement bieden zij WiFi garantie waarmee je gratis extra versterkers kunt krijgen en indien nodig wordt dit ook geïnstalleerd.
- Wifi-versterker/repeater: goedkoop, snel geïnstalleerd, handig voor één of twee extra
kamers. Nadeel: de snelheid kan lager worden, en je moet soms handmatig
overschakelen naar het sterkste netwerk. - Mesh-systeem: duurder, maar veel stabieler. Ideaal als je in het hele huis én de tuin dezelfde
kwaliteit wilt.
Wat kost het?
- Een eenvoudige wifi-versterker heb je al vanaf ongeveer €25 tot €60. Dat is vaak genoeg voor
een appartement of een kleine uitbreiding. - Een mesh-systeem met 2 of 3 kastjes kost gemiddeld tussen de €150 en €350, afhankelijk
van merk en snelheid. Bekende merken zijn TP-Link Deco, Netgear Orbi en Google Nest
Wifi.
Kort samengevat:
Wil je alleen in één kamer beter wifi? Dan is een versterker de voordeligste oplossing. Wil je in het hele huis zonder gedoe altijd een sterk signaal, dan is een mesh-systeem de investering meer dan waard.
Vroeger en nu, in het kort.
Laat ons even teruggaan naar zo’n 50 à 60 jaar geleden, naar de jaren zestig en zeventig. Een
computer was toen geen klein apparaat op een bureau, maar een enorme machine die vaak
een hele kamer vulde. Denk aan de grote mainframes van IBM of de computer die werd
gebruikt voor de Apollo 11-maanlanding. Zulke apparaten waren ontzettend duur, wogen
honderden kilo’s en werden gekoeld door complete airconditioningsystemen.
De snelheid van die oude computers was heel laag vergeleken met wat wij nu gewend zijn. De
computer in de Apollo 11, die astronauten veilig naar de maan en weer terug bracht, had een
snelheid van 1 megahertz. Dat klinkt misschien technisch, maar het betekent simpel gezegd: hij
werkte ongeveer één miljoen keer per seconde. Een moderne computer werkt rond de drie
miljard keer per seconde. Het verschil is dus zo groot dat een moderne computer in één
seconde meer berekeningen doet dan een Apollo-computer in uren.
Ook het geheugen was vroeger heel klein. De Apollo-computer had ongeveer 4 kilobyte
werkgeheugen. Dat is minder dan nodig is om één digitale foto te openen. Een moderne laptop
of iMac heeft vaak 8 tot 16 gigabyte. Dat is miljoenen keren meer. Daardoor kunnen nieuwe
computers veel dingen tegelijk doen: internetten, foto’s bewerken, muziek luisteren, video’s
kijken — allemaal zonder vast te lopen.
De opslagruimte, waar bestanden op worden bewaard, is óók dramatisch verbeterd. In de jaren
zeventig was 10 megabyte opslag al een wonder van techniek. Dat is genoeg voor slechts
enkele foto’s in de kwaliteit van nu. Tegenwoordig hebben we harde schijven of SSD’s van een
terabyte of meer. Daarmee kunt u honderdduizenden foto’s bewaren, stapels documenten en
films in hoge kwaliteit.
Ook de manier waarop computers gegevens versturen is enorm veranderd. Vroeger gebeurde
dat via de KPN koperdraad aansluiting en een aangesloten modem die piepend en kraken met een snelheid van 56 kilobit (0,056Mbps) data verstuurde of ontvingen. Nu met glasvezel kan dat oplopen naar 1000Mbps (Megabit per seconden). Meer dan 17.000 keer sneller. Een eenvoudige webpagina laden kon soms minuten duren. Nu hebben we razendsnel internet, vaak via glasvezel. Een film downloaden of streamen lukt nu in seconden.
Een ander groot verschil is hoe we met computers omgaan. Vroeger kon alleen een specialist
een computer bedienen. Tegenwoordig zijn computers juist ontworpen om gemakkelijk te
gebruiken te zijn. Met een muis, touchscreen en duidelijke programma’s kan vrijwel iedereen
ermee werken, van jong tot oud.
En dan is er nog kunstmatige intelligentie, kortweg AI. Dat is software die leert en meedenkt.
Wat vroeger sciencefiction leek, is nu heel normaal: computers kunnen praten, luisteren, foto’s
herkennen en zelfs helpen bij ingewikkelde taken.
Als we dit allemaal bij elkaar optellen, kunnen we gerust zeggen dat de vooruitgang enorm is
geweest. Computers zijn sneller, kleiner, betaalbaarder, slimmer en vooral veel
gebruiksvriendelijker geworden. En wie weet wat er de komende 10 of 20 jaar nog bij komt — de mogelijkheden lijken eindeloos.
Facebook luistert mee! (maar niet heus..)
Meeluisteren? Nee joh, veel te veel werk
Aan redactietafels, keukentafels en campingtafels wordt het complot telkens opnieuw
besproken. Mensen voeren de ultieme test uit: ze praten keihard over iets waar niemand ooit
interesse in heeft – iets exotisch als, zeg… een zeilboot met zes slaapplaatsen en een
espressohoekje.
En wat gebeurt er? Juist. Helemaal niks. Je tijdlijn blijft nou net zo saai als altijd.
Maar toch voelt het alsof je telefoon afluistert. Hoe kan dat?
Heel simpel: de apps hóeven niet af te luisteren. Je digitale spoor is zo duidelijk dat Facebook
met één oog dicht, één hand op de rug en een lauwe koffie nog steeds precies weet waar jij
warm van wordt.
“Maar mijn telefoon staat toch ALTIJD op de microfoon?!”
Klopt. Je telefoon staat stand-by voor “Hé Siri” en “Hey Google”, want anders zou je bij elke
vraag eerst moeten gillen alsof je op een zinkend schip staat.
Maar dit gebeurt écht:
• De microfoon hoort een geluid.
• De telefoon denkt: “Is dat tegen mij?”
• Conclusie: “Nee, dat is gewoon iemand die zijn partner probeert te overtuigen om een zeilboot
te kopen.”
• Geluid wordt meteen gewist.
Niks James Bond. Meer… administratieve kantoorrobot met een gehoorprobleem.
De échte reden dat Facebook weet wat jij wil kopen
Omdat jij — met liefde, enthousiasme en totale naïviteit — alles weggeeft:
• Je liket tien foto’s van honden? Je krijgt hondenbrokken.
• Je bekijkt één keer een tweedehands caravan? Je krijgt voortenten, disselhoezen en
campingbordjes met “Welkom bij de familie!”
• Je volgt drie pizzarecepten? Facebook besluit: “Deze persoon is klaar voor een
baksteenoven.”
En Google? Die volgt je als een hongerige meeuw op de boulevard.
Routes die je rijdt, winkels waar je komt, apps die je gebruikt… Die bedrijven hebben geen
microfoon nodig. Jij levert de puzzelstukjes zelf aan — zij leggen hem alleen in recordtijd.
Maar waarom voelt het dan wél alsof ze meeluisteren?
Omdat je brein een overijverige stagiair is: hij koppelt alles aan elkaar, maakt conclusies waar je
niet om gevraagd hebt, en vergeet precies de 98 keer dat er géén reclame verschijnt die past bij
je gesprek.
Die twee keer wél? Dat is dan ineens “bewijs”. (Als het rechtssysteem zo zou werken, zat half
Nederland vast.)
Apps en machtigingen: jij bent de deurwaarder
Je geeft zelf toestemming voor microfoon, camera en locatie. Dat betekent dat je het ook
gewoon uit kunt zetten.
Maar ja… dan werkt je navigatie niet meer, kan Buienradar je niet waarschuwen voor een
druppel regen en verandert Facebook in een soort digitale molen zonder wieken.
De ultieme anti-afluistertest
1 Kies iets waar je nooit interesse in hebt.
2 Praat erover. Hard. Tegen je telefoon.
3 Wacht.
4 Kijk in je tijdlijn.
Zie je niks? Gefeliciteerd: je bent slachtoffer van… toeval.
Samenvattend
Facebook luistert niet af. Instagram ook niet. Ze hebben allang genoeg info om je te fileren tot
op het bot — zonder microfoon.
Het is geen complot. Het is gewoon marketing met de subtiliteit van een drilboor.
Wil je ook een extra venijnige of een ultrakorte meme-versie?
1. Hoeveel print u? Print u regelmatig meerdere pagina’s achter elkaar, bijvoorbeeld brieven,
formulieren of informatie van internet? Dan is een laserprinter vaak handiger. Die is snel en
kan veel aan. Print u maar af en toe iets, dan kan een inkjetprinter ook prima.
lang mee en droogt niet uit. Bij een inkjetprinter zijn de cartridges goedkoper, maar die zijn sneller leeg en kunnen uitdrogen als u weinig print. Dan moet u soms eerder nieuwe kopen. Daarnaast zijn er ook inkt printers die je kunt navullen (inktank/eco‑tank systemen). Deze zijn per pagina weer goedkoper dan inktprinters met cartridges maar kunnen ook uitdrogen en het navullen kan knoeiwerk worden.
3. Wat print u vooral? Print u vooral tekstdocumenten? Dan is een laserprinter het beste. De
letters zijn heel scherp. Print u ook foto’s of dingen met veel kleur? Dan is een inkjetprinter
beter, omdat die mooiere kleuren maakt.
4. Scannen en kopiëren. Zowel laser- als inkjetprinters zijn er als all-in-one apparaten.
Daarmee kunt u printen, scannen en kopiëren. De kwaliteit van het scannen is bij beide soorten
goed genoeg voor thuisgebruik.
5. Formaat en geluid. Laserprinters zijn meestal groter en maken soms wat meer geluid
wanneer ze opstarten. Inkjetprinters zijn kleiner en staan rustiger te werk.
Android.
• Met USB-kabel: altijd betrouwbaar, geen gedoe.
• Via WiFi: handig omdat u overal kunt printen, maar soms wat gevoeliger voor storingen.
Bij macOS (zoals op een iMac) wordt een printer vaak automatisch herkend. Soms moet u
nog even de fabrikant-software installeren, maar dat gaat meestal vanzelf.
• Print u veel tekst en wilt u geen gedoe met uitdrogende inkt? Kies een laserprinter met
scanner.
• Print u geregeld foto’s of kleurpagina’s? Kies een inkjet all-in-one.
• Print u bijna nooit? Dan is een laserprinter verstandig, omdat de toner niet kan uitdrogen.
